Get Adobe Flash player

Toespraak door dr. David Bos (docent Geschiedenis van het christendom, Dept. Religiewetenschap en Theologie, Universiteit Utrecht) bij de presentatie van de kerkelijke verklaring tegen antihomoseksueel geweld, op dinsdag 17 mei 2011

Nederland staat te boek als een homovriendelijk land – en voor een groot deel is dat terecht. Maar die ‘homotolerantie’ is niet het resultaat van een eeuwenlange traditie. De Nederlandse Republiek, die bekend stond om haar godsdienstige verdraagzaamheid, werd in 1730 het toneel van een van de heftigste vervolgingen van ‘sodomieten’ in de geschiedenis van vroeg-modern Europa. Honderden mannen en jongens werden opgepakt, verhoord, veroordeeld, en vervolgens geëxecuteerd, opgesloten of (als ze geluk hadden) verbannen. Deze heksenjacht tegen ‘sodomieten’ begon hier, in het ingestorte deel van de Domkerk. Die puinhoop fungeerde toentertijd namelijk als ‘homo-ontmoetingsplaats’ – en een stel verkeerde liefhebbers was er op heterdaad betrapt. We bevinden ons vandaag dus op historische grond.

Er zijn kerken waar je als homo, lesbo, bi of transgender maar beter kunt wegblijven – of kunt maken dat je wegkomt. Het beruchtste voorbeeld is de Westboro Baptist Church – een piepklein Amerikaans kerkgenootschap, dat grossiert in variaties op één pakkende slogan: “God hates fags.” Met fags bedoelt men dan geen peuken, maar viespeuken: fag is een scheldwoord voor homo’s.

God haat zulke viespeuken, weet de Westboro Baptist Church. De Allerhoogste straft volgens haar niet alleen homo’s (met aids enz.) maar de hele Amerikaanse natie, omdat deze homoseksualiteit toestaat. Een natie van fag enablers (zeg maar: ‘homogedogers’) vraagt om moeilijkheden – net als weleer de inwoners van Sodom.

Vandaar dat de Westboro Baptist Church graag demonstreert bij de begrafenis van soldaten die zijn omgekomen in Irak of Afghanistan. Daar wrijft ze de nabestaanden in wat de reden is voor de dood van hun geliefde: “It’s the fags, stupid,” –“America is doomed” – “Your son is in hell.” – “God hates your tears.” – “God hates you.”

De Westboro Bapstist Church is zeker niet representatief voor het Amerikaans protestantisme – zelfs niet voor het Amerikaanse fundamentalisme – maar helemaal uitzonderlijk is ze niet. Kort na 11 september verklaarde de prominente baptistenpredikant Jerry Falwell, bijvoorbeeld, dat deze aanslagen te wijten waren aan

 

            “....de heidenen, en de aborteurs, en de feministes, en de homo’s en lesbiennes [...] al diegenen die Amerika proberen te seculariseren. Ik wijs de vinger op hen en zeg: ‘Jullie hebben dit helpen gebeuren.’”[1]

 

Naast Falwell zijn er nog talloze andere predikers die homoseksuelen aanwijzen als een bedreiging voor de samenleving. Veel behoudende christenen geloven zelfs dat homoseksuelen een complot hebben gesmeed voor het ondermijnen van het gezin en de godsdienstvrijheid. Dat alles wordt uit de doeken gedaan in een boek met de titel The Homosexual Agenda van Alan Sears en Craig Osten. De Amerikaanse onderzoekjournaliste Michelle Goldberg typeert die bestseller met een treffende vergelijking: dit zijn, zegt zij, ‘de protocollen van de wijzen van San Francisco’.

Goldberg probeert (in haar boek Kingdom Coming: The Rise of Christian Nationalism, 2004) ook te verklaren waarom fundamentalistische christenen in Amerika zo gebeten zijn op homoseksuelen:

 

            “Een populistische beweging heeft een vijand nodig, maar een van de redenen waarom de christelijke nationalisten zo sterk zijn is dat ze vrede hebben gesloten met veel oude vijanden – met name katholieken en zwarte Amerikanen. De plaats van die vroegere duivels is ingenomen door homosekuelen.[2]

 

Iets soortgelijks stelt Michael Cobb in zijn boek God Hates Fags. The Rhetorics of Religious Violence. Voor Amerikaanse fundamentalisten zijn homoseksuelen “the last safe group to hate” – de laatste minderheid waar je met goed fatsoen een (luid beleden) afschuw van mag hebben.

‘Typisch Amerikaans,’ zult u zeggen, maar het idee dat er sprake is van een Internationale Homoseksuele Samenzwering tegen het gezin en de godsdienstvrijheid wordt ook in Nederland uitgedragen – met name door groeperingen die zeggen dat ze werkzaam zijn tot heil des volks.

Het overgrote deel van zulke groeperingen bezweren dat zij weliswaar deze zonde haten, maar dat ze de zondaren liefhebben. Uit onderzoek blijkt echter dat fundamentalistische christenen ook uitgesproken negatief denken over homoseksuele mannen en vrouwen die zich geheel onthouden van seks. En, zo blijkt uit een ander onderzoek, zij zijn minder geneigd om homo’s in nood te helpen – ook als die hulp op geen enkele manier het “praktiseren” van homoseksualiteit bevordert.

Nederland is Amerika niet. Homoseksualiteit wordt hier veel meer geaccepteerd dan daar. Maar ook in Nederlandse scholen, schoolpleinen en straten – en niet alleen zwarte scholen, enz. – is ‘homo’ een doodnormaal scheldwoord. Ook in Nederlandse steden en dorpen worden homo-, bi- en transseksuelen getreiterd of in elkaar geslagen.

Wat hebben kerken of geloofgemeenschappen daarmee te maken? Laurens Buijs, Gert Hekma en Jan Willem Duyvendak, die onderzoek deden in opdracht van de gemeente Amsterdam, concluderen:

 

Het geweld van daders is niet religieus geïnspireerd. De moslims onder hen hebben slechts een oppervlakkige kennis van de Koran en gaan zelden naar de moskee.” (Als ze maar van me afblijven, 2008, p. 11)

 

Tien jaar geleden, ten tijde van de El Moumni-affaire, zei de onfortuinlijke imam Abdullah Hasselhoeff: “Potenrammers zijn geen moskeegangers.” (NRC Handelsblad, 12 oktober 2001) De meeste potenrammers zijn waarschijnlijk ook geen kerkgangers – eerder kroegtijgers (en dat is meestal een andere groep).

Fysiek antihomoseksueel geweld komt eerder voort uit afkeer, dan uit afkeuring van homoseksualiteit – al lijkt die afkeuring weleens te worden aangegrepen voor het rechtvaardigen van uitingen van afkeer. Maar antihomosekueel geweld is meer dan het uitdelen van rake klappen. Er bestaat ook iets als psychisch en verbaal geweld – en ook dat kan ernstige gevolgen hebben.

In het vorig jaar gepresenteerde SCP rapport Steeds gewoner, nooit gewoon staat te lezen dat de helft van de homo- of bisekuele jongeren weleens denkt aan zelfdoding. Een op de elf (9%) homo- of biseksuele jongens heeft weleens een suïcidepoging gedaan. Onder de dito meisjes geldt dat zelfs voor bijna een op de zes (16%).

Wat suïcide en suïcidaliteit betreft, is er sprake van een evident verband met religie. De kans dat homojongeren een suïcidepoging doen is significant hoger als zij religieus zijn opgevoed. Godsdienstige opvoeding is dus een risicofactor voor suïcide. Dat is iets wat kerken in Nederland zich kunnen, en moeten aantrekken.

Nee, geen van deze kerken zegt dat je homoseksuelen van een flatgebouw af moet gooien. En nee, geen van hen zegt dat homoseksuelen daar zelf van af moeten springen. Maar dat gevoel kun je natuurlijk wel krijgen, wanneer je (als homo, lesbo, bi of trans) telkens te horen krijgt dat dat waar jij naar verlangt niets te maken heeft met liefde – en alles met de duivel.

Moeten die kerken en kerkleiders dan maar doen alsof ze homoseksualiteit, met alles d’r op en d’r aan, goedkeuren? Nee, volstrekt niet. Er moet in Nederland ruimte blijven voor de mening dat je als man niet mag vrijen met een man, en als vrouw niet met een vrouw. Maar als dat een oprechte overtuiging is, mag je verwachten dat men haar voorzichtig uit – zonder daar onmiddellijk God en Gerrit bij te halen. Dat laatste gebeurt nu maar al te vaak: als behoudende christenen zich uitlaten over homoseksualiteit verwijzen zij nogal vaak naar Gerrit – d.w.z.: naar de duivel en diens trawanten.

In Amerika gebeurt dat heel duidelijk, bijvoorbeeld in het werk van de fundamentalistische striptekenaar Jack T. Chick. Homoseksuele mannen zijn volgens hem bezeten door duivels – en zo beeldt hij hen ook af in zijn stripboekjes. Die boekjes worden op grote schaal verspreid, in allerlei talen. Per stuk kosten ze slechts zestien dollarcent – of zelfs maar acht dollarcent, als je er tienduizend of meer bestelt. Want zo werkt het met chick tracts: je koopt ze om ze uit te delen of te laten slingeren. Jack Chick is daardoor de meest verspreide striptekenaar ter wereld.

Ook in Nederland wordt homoseksualiteit en vooral de homobeweging nogal eens in één adem genoemd met de duivel: “Een uiting van diabolische anti-liefde, een perversiteit in de meest letterlijke zin van het woord”, “een uitvinding van de duivel?” Ik citeer hier niet de Westboro Baptist Church of Jack T. Chick maar het Evangelisch Werkverband in de PKN, in een magazine dat op grote schaal werd verspreid. Zoiets kun je als moslim in Nederland maar beter niet zeggen – dan vlieg je eruit. De auteurs hebben hun woorden ingeslikt – maar niet van harte. Dat ze daartoe gedwongen werden, bewijst volgens sommigen juist dat hier duistere krachten in het spel zijn.

Homoseksualiteit is een brandende kwestie; het ligt in de vuurlinie tussen progressieve en conservatieve christenen. Dat front loopt trouwens niet zo rechtlijnig als beide partijen het plegen voor te stellen. Bij nadere beschouwing blijkt namelijk dat behoudende christenen niet alleen van mening verschillende met vooruitstrevende christenen, maar ook onderling. Vrijgemaakten, bijvoorbeeld, denken heel anders over homoseksualiteit dan Pinkstergelovigen. Dat is misschien een van de redenen waarom dit conflict zo wordt gekoesterd: het onttrekt de onderlinge verdeeldheid van ‘bijbelgetrouwe’ christenen aan het oog. En het maskeert dat ook zij sinds de jaren vijftig anders zijn gaan denken over seksualiteit – bijvoorbeeld over geboortebeperking.

Het resultaat van deze loopgravenoorlog is een verkramping die niet in het belang is van de mensen om wie het hier gaat: homoseksuele gelovigen en hun naasten. Ook kerken die geen moeite zeggen te hebben met homoseksualiteit kunnen zich dat overigens aantrekken. Ook zij profileren zich nogal eens met hun opvattingen over homoseksualiteit – en dat heeft soms iets weg van het gebed van de farizeeër: “Dank u, Heer, dat wij niet zijn als zij.”

Behoudende en vooruitstrevende christenen hebben iets gemeen: ze betuigen graag en vaak hun liefde voor de homoseksuele of homofiele naaste. Dat is vast goed bedoeld, maar net als al die verwijzingen naar de duivel heeft het een schadelijk effect: het wekt de indruk dat liefde (zelfs naastenliefde) een kunst is waar vooral hetero’s in bedreven zijn.

Vooruitstrevende en behoudende, katholieke, protestantse en orthodoxe kerken hoeven het niet met elkaar eens te worden over homoseksualiteit. Juist wanneer ze vasthouden aan hun hartgrondige meningsverschillen maar desondanks de handen ineenslaan, laten ze blijken dat hun ernst is met die uitentreuren betuigde liefde voor de homoseksuele naaste – dat die liefde meer is dan een dooddoener, een smoes of een schaamlap.

Een verklaring tegen geweld tegen homoseksuelen zal geen einde maken aan potenrammen. Maar wel kan het leiden tot een doorbreking van de kerkelijke loopgravenoorlog over homoseksualiteit – een strijd waar vooral homo-, bi- en transseksuele gelovigen aan onderdoor dreigen te gaan.



[1] “...the pagans, and the abortionists, and the feminists, and the gays and the lesbians [...] all of them who have tried to secularize America. I point the finger in their face and say ‘you helped this happen.’”

 

[2] “Homosexuality has become the mobilizing passion for much of the religious right. A populist movement needs an enemy, but one reason the Christian nationalists are so strong is because they’ve made peace with many old foes, especially Catholics and African-Americans. Gay people have taken the place of obsolete demons.